Woordenlijst

Vaktaal is geheimtaal

Jouw vaktaal is niet de vaktaal van je collega, laat staan je klant. Vaak ken je je eigen vaktaal zo goed, dat je amper door hebt dat andere intelligente mensen het niet kennen. Mijn lief, goede ondernemer in alle opzichten, academisch gevormd, hoog IQ, uitmuntend geheugen, wist bijvoorbeeld niet wat een mindmap was. Hij had de associatie met mindfulness in zijn vaagste vorm. Daarom vond hij mindmappen in mijn rijtje tips in een heel oud blogartikel niet zo sterk, zei hij, maar dan zonder te vertellen wat hij dacht dat mindmappen was. Pas na een lange discussie vol onbegrip werd me duidelijk dat hij nog nooit van mindmappen gehoord had. Mijn lief?! Die alles weet?! Het kan verkeren. Daarom hier een woordenlijst van mijn vaktaal.

Woordenlijst voor vaktaalwoordenlijst

Ik prent het mijn klanten in en ik ben het me bewust bij elk woord dat ik schrijf. En soms ook niet. Want vaktaal is ook gewoon praktisch. Het is handig om elke keer een woord te gebruiken in plaats van een hele zin. Een synoniem gebruiken is handig, want dat brengt wat afwisseling en dat leest lekkerder. O, en Google is ook gek op synoniemen. Daarom hier een lijst van woorden die ik soms toch gebruik. Ik zet er een subtiel linkje onder (wel andere kleur, geen onderstreping), zodat je eroverheen kunt lezen als je precies weet wat het betekent.

Woordenlijst

Hier mijn woordenlijst, in alfabetische volgorde. Wil je een woord aan deze lijst laten toevoegen, mail mij dan.

browser – de machine of app waarmee je het internet opgaat. Bijvoorbeeld Google Chrome, Mozilla Firefox, Opera, Apple Safari of Internet Explorer.

cms – contentmanagementsysteem. En dan weet je nog niets. Het cms is het systeem waar je website op draait; het programma. Deze website draait bijvoorbeeld op WordPress en zo heb je ook Joomla of de meer professionele systemen als Drupal en Toolbox, specifiek ontwikkeld door Eleven.

content – inhoud voor je artikel; het onderwerp

doelgroep – de mensen die je wilt bereiken; nooit organisaties

infographic – informatie in de vorm van cijfers, tekst of grafiek op grafische wijze weergegeven. Bijvoorbeeld Is bloggen voor jou?

jargon – vaktaal

karma – je oogst wat je zaait; karma is de boeddhistische versie van dit oer-Nederlandse gezegde. Je gebruikt het ook in negatieve zin, zoals sommigen sarcastisch zeggen “God straft onmiddellijk” als iemand pech heeft direct na een gemene actie.

kudos – (enkelvoud) goodwill, een pluim, de gunfactor, een like, +1 of karmapunten.

metaomschrijving of metatekst – Een metaomschrijving is wat Google laat zien als jouw pagina bij de zoekresultaten staat. Je vult die in op de achterkant van je webpagina, vraag maar aan je webmaster. Voor de liefhebbers heb ik een uitleg met plaatjes waarin ik laat zien waar je dat in WordPress invult.

mindmap – visuele vorm van brainstorm

nudging – je doelgroep subtiel de goede kant uit duwen met hints en open suggesties

persona – een bedacht mens, vertegenwoordiger van je doelgroep

prospect – een potentiële klant, iemand die al interesse in je dienst heeft getoond en waarvan je verwacht dat die geld voor jouw dienst over heeft

SEO – Search Engine Optimization; zoekmachineoptimalisatie; vindbaarheid op internet. Altijd door Google, want die bezit anno 2016 meer dan 90% van de markt.

synoniem – ander woord voor hetzelfde begrip, gemakkelijk te vinden op Synoniemen

url = uniform resource locater; het adres van je website. De url van deze website is bijvoorbeeld http://www.clineschrijft.nl, vaak kort je het af en laat je ‘http://www.’ weg: clineschrijft.nl. Dat kun je meestal ook intypen in de adresbalk van je browser en dan kom je gewoon op de website die je zoekt.

UX = userinterface; de communicatie tussen mens en machine, in mijn geval mens en website. Hoe toegankelijk is je product of website voor de doelgroep? Hoe gebruiksvriendelijk? Hoe aantrekkelijk?

verwijswoorden – ‘die’ en ‘dat’, maar ook ‘dit project’, ‘die man’, waar je eerder ‘het implementatieproject’ of ‘meneer Pieterse’ gebruikte.

voegwoord – een woord dat twee zinnen met elkaar verbindt. Bijvoorbeeld: en, maar, omdat, terwijl, wanneer, hoewel, bovendien. Zie ook artikel over korte zinnen op de Blogbijbel.

zoekmachineoptimalisatie – zie SEO

Reageren is niet mogelijk