Liefde in tijden van crisis
Of: waarom Charly Luske niet won
Veel mensen, vooral in een zakelijke context (dus veel bedrijven) kiezen voor de harde lijn als de dreiging toeneemt. Dat gold na 11 september 2001, dat geldt nu in de financiële crisis. Het is weer werken voor je centen en geen gezeur. Verdwenen zijn de experimenten met nieuwe werkprocessen, de vrijheden van werknemers, de aandacht voor ‘nice to have’-zaken zoals cultuur en zelfontplooiing. Natuurljk zal daar wel een biologisch evolutionaire verklaring voor zijn, maar dit is 2012. Hoezo ‘nice to have’?
Bekijk het eens vanuit je klanten. Waar geven ze nog geld aan uit? En waarom aan jou? Ik ben één van die mensen die de afgelopen maanden The Voice of Holland (TVOH) heeft gevolgd, ik weet het, maar je kunt ook niet elke avond Márquez lezen. TVOH is een talentenjacht op tv voor zangers en zangeressen met sms-acties voor de mensen thuis waar RTL leuk aan verdient. Om een mij niet bekende reden noemde de jury, en al gauw ook de presentatoren, kandidaat Charly Luske ‘favoriet’. Heel lang werkte dat als een selffulfilling prophecy, maar dan keert het zich tegen hem. Eén keer valt hij net niet af. Zelf verklaart hij dat nog met het vertrouwen van zijn fans die denken dat hij geen sms’jes nodig heeft omdat hij al genoeg stemmen zou winnen, maar in de halve finale breekt de zelfverzekerde opmerking van zijn coach hem op: de woorden ‘gedoodverfde winnaar’ worden met boegeroep in de zaal ontvangen en die avond valt Charly af. Overduidelijk conclusie: zijn gunfactor is verdwenen, in dit geval zelfs helemaal buiten zijn schuld. Hij blijft sportief, maar ik weet niet of platenbazen nog in zijn succesformule (goede stem, leuk smoeltje, aardige jongen, lekkere performance) geloven. Het was niet The Voice maar The Vote of Holland.
Diezelfde gunfactor zien we mooi verbeeld bij die andere wedstrijd waarin het Nederlandse volk mag stemmen. Op dit moment heeft een sympathieke, uitdrukkerlijk niet-intellectuele man met een zachte g en flaporen de meeste stemmen. Ook zijn geblondeerde tegenstander herkent dat, want ineens is daar een begripvolle, bijna aardige uitdrukking om zijn gezicht en klinkt zijn stem redelijk. Gunfactor. Mensen geven heel veel geld uit voor die gunfactorn. Niet alleen sms’jes van 80 cent per stuk, maar jij en ik ook. Ga maar na wat je laatste vijf aankopen waren. De mijne: een boek van een oud-collega (gogogo Per!), een volkomen onnodig truitje van een aardige verkoopster, een kop koffie voor een vriendin en mijzelf, een absurd dure maaltijd voor vrienden die komen eten en een cd van een mij tot voor kort onbekende band die net voor mijn neus en die van dertig anderen drie nummers in de platenzaak heeft gespeeld. Daar geef ik mijn geld nou aan uit in tijden van crisis (ik moet sinds kort met de helft rondkomen). En vergeet die verschrikkelijke film niet die ik voor mijn zoon en mij heb betaald inclusief veel te dure drankjes en een enorme portie popcorn omdat dat erbij hoort. Gunfactor, hè?
Tegelijk met deze onverantwoorde aankopen staat een nieuwe generatie demonstranten op, we noemen ze occupiers, en staken schoonmakers. Ze weigeren mee te doen met een wereld van graaiers en mensen die zichzelf beter achten dan een ander. Meer respect vragen ze. Voor de wereld, elkaar en zichzelf. En jij? Waar houd jij je klant mee vast? Hoe staat het met jouw gunfactor?
.(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken)en vertel wat jouw gunfactor is en waar je dit op baseert.