Vertrouwen in de vloer

Vertrouwen in de vloer

Feyenoord en Sparta

Ze waren allemaal ouder dan ik en ze waren met veertig man. Nee, dat moest kunnen, een vrouw die leiding zou geven aan de werkplaats busonderhoud. De continudienst op de Rechter Maasoever bestond uit vrije jongens, de meesten niet meer bij hun eerste vrouw, áls ze een vrouw hadden kwam die van ver (Ivoorkust of verder) en een aantal had een verleden op de vaart. Hun trots was dat ze ‘s nachts de bussen rijdend hielden, als het moest met plakband. Ze waren sinds mijn aantreden versterkt met de helft van de dagdienst van de Linker Maasoever: huisvaders, getrouwd en 2,4 kinderen. Henny, de woordvoerder, hield kanaries. De trots van deze monteurs was dat de bus na elke beurt weer als nieuw was. Ze waren gewaardeerde monteurs en vonden het een straf om naar Noord te verhuizen. Kortom, Feyenoord tegen Sparta. Mijn poging om die twee bij elkaar te brengen met een barbecue op vrijdagmiddag mislukte grandioos: de continudienst werkte gewoon door en de dagdienst ging met de vrouw mee de stad in.

Late dienst

Toen kwam het management dat een late dienst wilde invoeren voor de dagdienst. Met de OR was inmiddels uitonderhandeld dat dit slechts eens in de maand moest en ik mocht het vertellen. Ik voelde mij een ongeoefende leeuwentemmer. Het vergaderhok was te klein. Hun belangrijkste vraag had ik zelf niet eens gesteld: “Waarom?” Ik had geen idee. Argeloos vroeg ik het aan mijn baas, die antwoordde dat de C-storingen omlaag moesten. C-storingen zijn kleine gebreken die niet het rijden belemmeren, maar wel het imago schaden: een kapot lampje, een paneel los, een ontbrekende stoelleuning.
“Als ik nou zorg dat die C-storingen in een halfjaar gehalveerd zijn, is die late dienst dan van de baan?” blufte ik. Mijn baas ging akkoord en passeerde daarmee zowel het MT als de OR.

Samenwerking

Mijn volgende optreden in de arena werd beter ontvangen. Zonder enige regie ontstond een clubje van een paar monteurs, dat overlegtijd vroeg en iemand van de continu, omdat die meer ervaring had met deze storingen. Ik schoof de man met de grootste mond naar voren, een goede monteur die zich echter nooit iets liet zeggen. In de pauzes ontstonden vurige gesprekken en zaten voor het eerst Sparta en Feyenoord met elkaar aan tafel. Na twee weken kreeg ik een voorstel, dat iemand thuis had uitgeprint. Ze zouden alle C-storingen tellen, welke het meeste voorkwam zouden ze systematisch aanpakken bij elke bus die binnenkwam. Ook de continudienst werkte mee, ineens aangesproken op hun expertise.

Vertrouwen

Binnen drie maanden waren de C-storingen gehalveerd om nooit meer terug te komen op het oude niveau zo lang ik er werkte. De moraal van dit verhaal is tweeërlei: neem nooit een opdracht aan zonder de reden erachter te kennen en geloof in het oplossingsvermogen van de uitvoerenden. En dan hoef je niet eens met een stok of een wortel te zwaaien. Mensen die worden aangesproken op hun expertise doen vrijwel altijd hun best.